Waarom we niet zonder materialisme kunnen

We leven in tijden van overvloed. Schiphol kan de hoeveelheid vakantiegangers haast niet meer aan. Supermarkten liggen vol met etenswaren van over de hele wereld. De winkels hangen vol met kleding. En online kun je 24/7 kopen wat je maar wilt. Een gebruiker van Vinted (platform voor tweedehands kleding) zegt in een artikel van de Volkskrant: “Laatst kwamen er op één dag twaalf pakketjes voor ons binnen. Het is hier elke dag unboxing day.”

Het is makkelijk om hierover een oordeel klaar te hebben, te zeggen dat spullen toch niet gelukkig maken. Te makkelijk zelfs, want zelf word ik ook vrolijk van nieuwe dingen. Mooie sneakers die net uit de doos komen. Lekkere kaasjes bij de borrel op zondag. Een nieuwe iPhone om mijn “oudere” model mee te vervangen.

Waarom eigenlijk? Als je me vraagt wat me gelukkig maakt is dat heel iets anders: mijn vriend, bij familie zijn, dagjes weg met vrienden. Wat brengen die spullen me nou eigenlijk?

 

Luxeprobleem

Maakt geld nou gelukkig, of toch niet? Vooropgesteld is dit natuurlijk een waanzinnig luxeprobleem. Nog afgelopen weekend vertelden mensen in de NRC hoe ze geraakt werden door de recente prijsstijgingen. Een persvoorlichter van het Armoedefonds: „Mensen blijven meer thuis om geen extra kosten te hoeven maken. Zo wordt de eenzaamheid groter.” En een medewerker van de schuldhulpverlening in Utrecht vertelt hoe mensen ‘s nachts wakker liggen van de stress. Kortom: te weinig geld maakt absoluut ongelukkiger.

 

Wat is genoeg?

Maar meer geld maakt niet eindeloos gelukkiger. Hoewel de welvaart in Europa en de Verenigde Staten sterk is gestegen, zijn we er niet gelukkiger van geworden, zegt hoogleraar Richard Layard. Ook in Japan, waar de welvaart in de laatste decennia maarliefst verzesvoudigde, is het geluksniveau hetzelfde gebleven.

Onderzoekers van Princeton ontdekten dat er een optimaal inkomen is. Voldoende om een geen stress over geld te ervaren en comfort voor jezelf te kunnen kopen. Maar daar is ook een grens aan. Nog een auto, nog een grotere televisie of een groter huis leidt dan niet tot meer geluk. En dan is er nog de keerzijde van de medaille: hard moeten werken voor het hoge salaris betekent minder tijd voor vrienden en familie. En daarbij bleken heel rijke mensen minder oog te hebben voor de kleine dingen die juist gelukkig maken.

 

Is ontspullen dan de oplossing?

In een tijd van overvloed zijn we van de weeromstuit ons massaal gaan verdiepen in het minimalisme. We Marie Kondo’en er op los. Als iets geen joy sparkt, moet het weg. Auteur en opruimcoach Youheum brengt het minimalisme naar een nieuw niveau. Geïnspireerd door Marie Kondo deed ze steeds meer bezittingen weg. Tot ze uiteindelijk 90 dingen over hield, die in één rugzak passen. Haar meubels deed ze weg, ze heeft nog 15 kledingstukken en wat gadgets en verzorgingsproducten. Alleen dingen die haar leven ondersteunen, zo zegt ze zelf.

Ook anderen ontdekte het minimalisme. Door keuzes te optimaliseren – Steve Jobs droeg elke dag een zwarte coltrui, jeans en New Balance sneakers – houden ondernemers meer ruimte over voor ‘belangrijke’ beslissingen. Dat beperkt zich niet alleen tot kleding. Product developer en bedenker van de hashtag Chris Messina zegt bijvoorbeeld: “maak functionele culinaire keuzes”. Zelfhulpschrijver Leo Babauta kookt naar eigen zeggen voor vier dagen, en eet drie keer per dag hetzelfde.

 

Wat spullen ons bieden

Hoe efficiënt dit ook mag zijn, gevoelsmatig klopt dit voor mij niet. Het voelt vreugdeloos, ongezellig. Etentjes en drankjes op een terras maken me juist vrolijk. Net als nieuwe smaken ontdekken, in de supermarkt een nieuw speciaalbiertje of vergeten groente ontdekken.
Spullen geven me een gevoel van thuiskomen. Denk maar eens aan verhuizen: een huis wordt gelijk een thuis als je je eigen spulletjes erin zet. Een plant in de vensterbank, je iets versleten bank, de kast vol met de boeken die je over de jaren verzameld hebt. Ook onderweg merk ik dat mijn eigen spullen me een vertrouwd gevoel geven. Mijn spulletjes in een hotelbadkamer, mijn vertrouwde MacBook op mijn flexwerkplek.

Jonas Kooyman sprak voor een artikel in de NRC overwerkte young professionals over hun uitgavenpatroon. Ze vertellen over de werkdruk, en hoe ze door dingen uit te besteden hoopten de controle weer terug te krijgen over hun leven. Dat liep al gauw uit de hand: op haar dieptepunt gaf een van de geïnterviewden 900 euro per maand uit aan take-away: “De apps die ik gebruikte boden onmiddellijke bevrediging.” Een ander, Anke, zegt: “Ik wilde mezelf verwennen, maar eigenlijk ontliep ik de verantwoordelijkheid om écht voor mezelf te zorgen. Alle bezorgdiensten maken je leven alleen maar haastiger en je verliest nog meer het gevoel van controle over je leven en je financiën.”

We zijn er in onze platformeconomie aan gewend geraakt dingen uit te besteden. We rijden rond in Ubers, of op deelscooters of Swapfietsen. Eten kun je bestellen – dat scheelt weer tijd. Zalando heeft een service waarmee je maandelijks een set kleding krijgt thuisbezorgd. Maar spullen zijn niet betekenisloos. En het optimaliseren van alles heeft grotere gevolgen dan je op het eerste gezicht denkt.

 

Materiële intelligentie

Pionier en initiatiefnemer van ‘Gist’ Maarten Vogelaar pleit in dit essay voor meer in verbondenheid te leven met de omgeving: “Wat betekent het dat we van zoveel eten, spullen en ervaringen niet weten waar het vandaan komt? Het is ergens gemaakt en ineens hebben we het in huis. Onze afnemende verbondenheid met materiaal zorgt ervoor dat we grip op ons leven verliezen.”

Hij haalt hierbij ook de Amerikaan Glenn Adamson aan, voormalig directeur van het Museum of Arts and Design in New York. In zijn boek ‘Fewer, Better Things’ schrijft Adamson ook over een gebrek aan affiniteit met de dingen in ons leven en de manier waarop ze gemaakt zijn. Een gebrek aan materiële intelligentie, noemt hij dit fenomeen. Voorbeelden daarvan zijn het herkennen van materialen – het verschil tussen beuken- en eikenhout – en het maken van spullen en levensmiddelen. Weet jij nog hoe je sokken stopt bijvoorbeeld?

Volgens Adamson zou juist deze verbondenheid met de wereld om ons heen voor rust in ons hoofd zorgen. De materiële wereld nemen we te veel voor lief. Als baby hechten we ons al aan onze omgeving, bijvoorbeeld de knuffel die je altijd overal mee naartoe sleepte. Een baby leert door een band op te bouwen met zijn omgeving, het ontwikkelt zich door alle zintuigen te gebruiken en hiermee zichzelf en de omgeving te leren kennen, aldus Adamson. En als volwassene is dat niet veel anders.

Kortom: spullen zijn meer dan vervangbare objecten. De materiële wereld helpt ons thuis te voelen en geeft een gevoel van verbondenheid met onze omgeving. Spullen krijgen waarde door de tijd heen, omdat we er herinneringen mee maken. Dat geeft een gevoel van ergens thuiskomen en aarden.
En juist de tijd nemen voor zaken die triviaal lijken, als koken of de was doen, zorgen juist voor rust in ons hoofd. Anke concludeert: “Ik had in die tijd zoveel haast dat ik dacht dat ik met al die aankopen meer grip zou krijgen op mijn leven. Maar het tegenovergestelde gebeurde. Tijdens mijn herstel besefte ik dat genieten gaat over iets wat langer duurt.”

Over Anouk: “Net als iedereen, hou ik van de leuke dingen in het leven: lekker eten, drinken, natuur, de lente. Maar daarnaast vind ik het minstens zo belangrijk om aandacht te hebben voor de dingen die níet leuk zijn. Het zit namelijk niet altijd mee, en daar mag ook ruimte voor zijn. Daar wil ik bij Holy Hub een plek voor creëren.” 

Wil je verder lezen? 

Elke zondag een inspirerende overdenking in je mailbox?

Met bijpassende reflectievragen om zelf mee aan de slag te kunnen. Meld je hieronder aan. ⬇️

* indicates required