Wat de documentaire ‘Mijn Rembrandt’ mij leerde over de overeenkomsten tussen kunst en religie

Door Tabitha van Krimpen

De documentaire ‘Mijn Rembrandt’ liet me zien dat hoe er in de kunstwereld naar schilderijen wordt gekeken verrassend veel lijkt op hoe de christelijke traditie met haar bronnen omgaat. Bij beiden zijn zowel onderzoek doen als verwondering belangrijk. Als kunst en religie namelijk ergens over gaan, dan is het over het schone, het ware en het goede.

Tijdens de regenachtige kerstdagen keek ik de documentaire ‘Mijn Rembrandt.’ Vriendlief houdt van kunst en van Rembrandt in het bijzonder. Ik las recent ‘Eindelijk thuis’ van Henri Nouwen waarin Rembrandts ‘Terugkeer van de verloren zoon’ centraal staat. Zo kwam het dat de keuze op deze documentaire viel waarin de oude meester Rembrandt tot leven komt. En waar na afloop ook verrassende verbindingen met de theologie en haar bronnen bleken te zijn.

Het mysterie van de familie Six

Kunsthistoricus en kunsthandelaar Jan Six vormt het hoofdpersonage in de documentaire. We volgen hem gedurende zijn zoektocht, zijn schatgraven, om erachter te komen of het schilderij waar hij van overtuigd is dat het een Rembrandt is, ook daadwerkelijk authentiek is. Hij is de elfde in de lijn van Jan Six (1618-1700) die Rembrandt in 1654 portretteerde. Ook nu nog ademt het Six’ familiehuis, met maar liefst 230 portretten, de zeventiende eeuw. Er verschijnt een foto in beeld waarop Jan Six te zien is samen met zijn vader en grootvader en op de achtergrond het schilderij van de eerste Jan Six. Vier Jannen op een rij.

“Het mysterie van de familie en van de kunst zet aan tot fantasie”, zo horen we Jan Six zeggen. Die verbeelding en fantasie worden zichtbaar wanneer vader en zoon kijken naar een schets van de eerste Jan Six gemaakt door Rembrandt. Vader heeft een heel verhaal over hoe de schets tot stand gekomen zou zijn en dat Rembrandt en Jan Six goede vrienden geweest moeten zijn. “Maar dat zijn aannames!” roept zoon Jan uit, zijn opleiding kunstgeschiedenis nog vers in het geheugen. “Wat je hebt zijn de objecten en daar moet je het even mee doen. Ik wil altijd kijken en dan begrijpen wat ik kan hardmaken.”

De wetenschappelijke manier

Deze twee perspectieven zie je ook in hoe de christelijke traditie met haar bronnen omgaat, zo zou ik willen stellen. Enerzijds is er het bijbelwetenschappelijke perspectief. In tegenstelling tot wat velen denken, is er niet één oorspronkelijke Bijbelse tekst. Bijbel komt van het Griekse τὰ βιβλία ta biblia wat ‘de boekrollen’ of ‘de boeken’ betekent. De Bijbelse teksten zijn in het Hebreeuws, Grieks en een klein deel in het Aramees geschreven. Op basis van de oude teksten (o.a. papyri, vroege vertalingen en ook citaten van kerkvaders in het geval van het Nieuwe Testament) wordt geprobeerd om tot een tekst te komen van de Bijbel die zo volledig mogelijk is. De Griekse tekst van het Nieuwe Testament wordt telkens weer geüpdatet en is inmiddels al een 28e editie toe.¹ Daarbij worden nieuw gevonden bronnen en onderzoek meegenomen en afgewogen om tot een nieuwe teksteditie te komen.

Dit lijkt op het perspectief van de jongere Jan Six die met zijn wetenschappelijke bril naar het werk van Rembrandt kijkt. Welke technieken heeft de schilder gebruikt? Wat is er te vinden achter de bovenste laag verf? Geeft dat ons meer informatie over de maker en zijn motieven? Op dezelfde manier kan er naar Bijbelteksten gekeken worden om (hopelijk) te achterhalen of bijvoorbeeld een brief van Paulus ook daadwerkelijk door Paulus is geschreven. Welke woorden gebruikt de auteur? Komt dat overeen met het taalgebruik in andere brieven?

De emotionele waarheid

Anderzijds is er de vader Jan Six die liever zijn intuïtie en verbeelding gebruikt. Hij benadrukt dat er ook een emotionele waarheid is. “Een historische waarheid, een bewaar-waarheid”, zoals het in de documentaire gezegd wordt. De vader verwijt zijn zoon dat er meer is dan alleen de wetenschap. Dat als de wetenschap zegt dat er alleen rood en geel is, je buiten de wetenschap kan zeggen dat er ook oranje bestaat. Als we kijken naar de christelijke bronnen gaat dit over de spirituele waarheid. Over de verbeelding en de kracht van de Bijbelse verhalen. Over wat de teksten in je los kunnen maken, hoe ze een appèl op je doen en je iets laten zien van een andere wereld. Dit is wat filosoof Alain de Botton bedoelt wanneer hij spreekt over de zeven functies van kunst als: herinneren, hopen, troosten, in balans brengen, tot zelfinzicht komen, groeien en waarderen.²

Wat blijft er dan nog over?

Vaak kunnen de vader en de zoon, de emotie en de ratio, elkaar moeilijk verdragen. “Wat hou je nou nog over met zo’n studie theologie?” vroeg mijn moeder bezorgd, nadat ik enthousiast vertelde over een interessant vertaal-dilemma in de brief van Paulus aan Filemon, wat we bij het vak Grieks behandeld hadden. Is er met zo’n wetenschappelijke benadering nog wel ruimte voor verwondering en geloof, zo is dan de gedachte. Tegelijkertijd kunnen de wetenschappers met hun rationele blik net zo vastzitten in hun eigen perspectief en het kunstwerk of de tekst reduceren tot studieobject waar nog weinig ruimte is voor schoonheid.

Toch zijn zowel in de kunst als bij religie en geloof het wetenschappelijke en emotionele perspectief nodig hebben en vullen ze elkaar aan. De wetenschappelijke methode kan helpen om de verbanden te zien met andere kunstwerken of teksten. Het onderzoekende perspectief geeft inzicht in de context waarin het tot stand is gekomen en helpt om de tekst of het kunstwerk beter te begrijpen. Het werpt licht op de details en aspecten die voorheen onderbelicht waren. Dit kan echter niet het eindpunt zijn. Het tweede perspectief is namelijk niet minder belangrijk. Het toelaten van de verbeelding en emotie leidt tot verwondering, tot verbazing bij het zien van zoveel schoonheid. Wat een mooi schilderij met je doet is soms bijna niet in woorden uit te leggen. Als kunst en religie ergens over gaan, dan is het over het schone, het ware en het goede, om het in de woorden van Plato te zeggen. Laten we daarom zowel de emotie als de ratio waarderen en koesteren.

 

Tabitha van Krimpen studeerde bedrijfskunde en theologie aan de Radboud Universiteit. Momenteel volgt ze een master bedrijfskunde aan de Vrije Universiteit en een premaster theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit. Ze is geïnteresseerd in het snijvlak van theologie, bedrijfskunde en maatschappij en schrijft over wat ze ziet en leest en wat haar inspireert.

 

 

 

[1] Het gaat hier om de zogenaamde ‘Nestle-Aland’ editie. Klik voor meer info hier.
[2] Zie ‘Kunst als therapie’, Alain de Botton, 2013.

De documentaire Mijn Rembrandt bekijk je hier.

Wil je verder lezen? 

Wil je wekelijks inspiratie in je mailbox?